Een jaar later
Een jaar geleden schreef ik over loslaten. Over de scheiding van mijn activity tracker. Over de strijd in mijn hoofd, over het durven aankomen en over stap voor stap minder controleren en meer voelen. Wat ik toen nog niet wist, is dat loslaten geen eindpunt is, maar het begin van een proces dat veel meer vraagt dan alleen die eerste stap.
Ik dacht eerlijk gezegd dat ik er bijna was. Dat als ik mijn lichaam eindelijk zou geven wat het nodig had; meer eten, meer rust, minder controle, mijn cyclus vanzelf zou terugkomen en mijn hormonen zich zouden herstellen. Maar zo werkt het blijkbaar niet. Mijn lichaam hield zich stil. Mijn cyclus kwam in de zomer 1 keer terug maar daar bleef het bij. Mijn energie was wisselend en ergens voelde ik dat mijn lichaam me nog niet volledig vertrouwde. Dat vond ik moeilijker dan ik had verwacht. Ik begeleid vrouwen met het vinden van een betere hormoonbalans maar zelf lukt het met niet een normale cyclus te krijgen.
Wanneer kennis ineens persoonlijk wordt
Na de zomer van 2025 liet ik opnieuw onderzoek doen naar mijn lage oestrogeenwaarden. Vanuit mijn interesse en kennis over hormonen wist ik dat langdurig lage waarden gevolgen kunnen hebben, ook voor je botgezondheid. Ik wist dus ergens dat dit een risico was. Tegelijkertijd voelde het toch als een verrassing toen het daadwerkelijk bevestigd werd: ik bleek osteopenie te hebben. Alsof iets wat eerst nog theoretisch was, ineens heel concreet en persoonlijk werd.
Ik weet nog goed waar ik was toen ik dat hoorde. Ik had een Dexa-scan laten maken en kreeg een dag later telefoon. Ik zat op de fiets en na het verdikt osteopenie kwam er een soort stilte waarin alles even landde. Dit gaat niet alleen over hoe ik me nu voel of wanneer mijn cyclus terugkomt. Dit gaat over mijn lichaam op de lange termijn. Over hoe ik er later bij wil staan en wat ik daarin nu al te doen heb.
Waar ik eerder vooral bezig was met loslaten, verschoof mijn focus vanaf dat moment langzaam naar opbouwen. Niet vanuit angst of controle, maar vanuit zorg. Ik ben nog anders gaan kijken naar mijn leefstijl. Niet alleen meer eten, maar mezelf nog gerichter voeden. Niet alleen bewegen, maar zwaarder krachttraining doen om spiermassa op te bouwen. Zorgen dat ook springen onderdeel werd van mijn routine. Vaker huppelen met de meiden of tussendoor eens 20 keer springen. Met andere woorden: Niet alleen ‘gezond leven’, maar keuzes maken die mijn lichaam ondersteunen in herstel, met aandacht voor voldoende energie, calcium en vitamine D.
Het moment dat mijn lichaam begon terug te spreken
En toen gebeurde er iets wat voor veel vrouwen vanzelfsprekend is, maar voor mij allesbehalve dat was: mijn cyclus begon langzaam terug te komen. Niet perfect en nog niet regelmatig, maar wel aanwezig. Dat voelde als een belangrijk signaal. Alsof mijn lichaam voorzichtig liet zien dat het zich weer iets veiliger begon te voelen, en dat mijn oestrogeen stap voor stap mee omhoog beweegt.
Oestrogeen heeft dus een beschermende werking op je botten. Het helpt om de afbraak van botweefsel te remmen en ondersteunt de balans tussen botopbouw en -afbraak. Wanneer oestrogeen langdurig laag is; zoals bij hypothalamische amenorroe, maar ook tijdens de peri- en menopauze, verschuift die balans. De botafbraak gaat sneller dan de opbouw, waardoor de botdichtheid geleidelijk kan afnemen.
Dat is ook de reden dat vrouwen na de menopauze een verhoogd risico hebben op osteopenie en osteoporose. Voor mij maakte dat ineens heel concreet waarom mijn lage oestrogeenwaarden niet alleen invloed hadden op mijn cyclus of hoe ik me voelde, maar ook op iets wat je niet direct ziet, maar wel van grote waarde is voor later.
Juist daarom voelt het terugkomen van mijn cyclus voor mij als meer dan alleen “weer ongesteld worden”. Het is een teken dat mijn lichaam hormonale stappen zet richting herstel, en daarmee ook bijdraagt aan iets wat op de lange termijn minstens zo belangrijk is: mijn botgezondheid.
Iedereen heeft een verhaal
Wat dit afgelopen jaar me vooral heeft geleerd, is dat herstel tijd kost en dat gezondheid niet alleen zit in hoe je eruitziet of wat je presteert. Het zit in hoe goed je kunt afstemmen op wat je lichaam nodig heeft, ook als dat iets anders is dan wat je gewend bent. Mijn lichaam is geen project dat gefixt moet worden, maar iets waar ik mee mag samenwerken. En misschien is dat wel de grootste winst van allemaal.
Ik merk steeds vaker dat bijna iedere vrouw wel een eigen verhaal heeft als het gaat om haar lichaam, hormonen of gezondheid. Alleen praten we er niet altijd over. Of pas als het echt niet meer gaat.
Door mijn eigen proces zo te delen, hoop ik dat het iets opent. Dat het herkenning geeft, of misschien net dat zetje om eerlijker te kijken naar wat jouw lichaam nodig heeft. Niet vanuit angst of controle, maar vanuit nieuwsgierigheid en zorg.
Want hoe verschillend onze verhalen ook zijn, uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: ons goed voelen in ons lichaam, energie hebben en erop kunnen vertrouwen dat het met ons meewerkt in plaats van tegen.
En misschien begint dat, net als bij mij, niet met nóg beter je best doen… maar met anders leren luisteren.






0 reacties