Al van jongs af aan was ik in beweging. Sporten hoorde gewoon bij mij. Eerst basketbal, later hardlopen, kickboksen en fitness – het was een uitlaatklep, een passie, en eerlijk gezegd ook een vorm van controle. Pas op latere leeftijd begon ik me ook écht te verdiepen in voeding. Wat begon als een interesse, werd een levensstijl: gezond eten, elke dag bewegen, trainen, plannen, doelen stellen.
In de jaren vóór mijn zwangerschap was ik op m’n fanatiekst. Ik was letterlijk dubbel getrouwd: met mijn man én met mijn activity tracker. Als ik ‘m vergat om te doen voelde ik me… naakt. Onvolledig. Mijn dag was pas geslaagd als de stappen, calorieën en minuten klopten. Er is amper een foto van mij zonder dat ding om mijn pols. Hij hoorde erbij. Altijd.
Was het ongezond? Dat is lastig te zeggen. Ik at over het algemeen heel gezond — veel groenten, voldoende eiwitten, balans op mijn bord. Maar ik ben óók iemand die echt kan genieten van een stuk chocolade, een lekker taartje of een pizza op z’n tijd. Eten is voor mij niet alleen brandstof, het is ook plezier, gezelligheid, troost soms.
Toch was ik er veel mee bezig. Wat eet ik? Wanneer? Hoeveel? Het voelde alsof er altijd een stemmetje in mijn hoofd meekeek. Dat kostte energie. Niet per se omdat ik onzeker was over mijn lichaam — ik voelde me best oké — maar dat buikje? Dat bleef een puntje. Een soort constante herinnering dat ik ‘beter mijn best’ moest doen.
En weet je? Ik geloof dat elke vrouw dit op haar manier herkent. We hebben allemaal wel iets aan onszelf waar we over twijfelen. Een buikje, bovenbenen, rimpeltjes, noem maar op. Het is menselijk. En normaal. Maar het is zó belangrijk dat we ook leren lief te zijn voor onszelf. Dat we zien wat er allemaal wél goed gaat — ook op het gebied van voeding en leefstijl.
Een nieuwe realiteit
Zwanger worden ging niet vanzelf. Mijn hormonen werkten niet mee, en dus belandden we in een medisch traject. Het was een intens proces, met onzekerheden en hoop. Uiteindelijk bleek dat een paar extra kilo’s het verschil maakten. En toen – alsof het precies zo had moeten zijn – raakte ik zwanger. Van een tweeling. Een zegen, die me nog elke dag ontroert.
Tot vlak daarvoor was dat kleine buikje mijn grootste onzekerheid. Het stond symbool voor iets wat ik wilde wegwerken, iets dat niet ‘goed genoeg’ was. En toen, na de bevalling, kreeg ik een buik die meer leek op de Vesuvius dan op dat gladde deegbolletje van vroeger. Een buik met verhalen, met littekens, met kracht.
Wat had ik eigenlijk een prachtige buik. Had ik er maar meer van genoten. Had ik er maar wat liever naar gekeken, in plaats van hem steeds te willen veranderen.
Nu noemen mijn dochters mijn navel liefdevol “de knor”. Ik heb overwogen om er iets aan te laten doen – een operatie, terug naar ‘hoe het was’. Maar ik besloot het niet te doen. Want ik wil mijn dochters iets anders leren.
Dat je mooi bent zoals je bent.
Dat goed voor jezelf zorgen – door voedzaam te eten, te bewegen, en met trots naar je lijf te kijken – belangrijker is dan perfectie.
En dat liefde voor je lichaam niet pas komt als het ‘af’ is, maar juist groeit als je het leert waarderen om alles wat het voor je doet.
Van lijf naar leven
In het eerste jaar na de geboorte deed ik het rustig aan. Daarna begon ik weer met hardlopen en kickboksen. De drive kwam terug, maar ik voelde ook een nieuwe behoefte: betekenis geven aan mijn eigen ervaring. Ik startte mijn eigen bedrijf, schoolde me om tot gewichtsconsulent en personal trainer. Een leefstijlcoach, met de nadruk op voeding – maar altijd met het besef dat achter elk lijf een verhaal schuilt.
Mijn eigen verhaal? Nog steeds in ontwikkeling.
De echte uitdaging: loslaten
Mijn hormonen bleven een probleem. Geen cyclus, overgangsverschijnselen, vermoeidheid. Ik liet me onderzoeken. De conclusie: extreem lage oestrogeenwaarden. De oplossing? Aankomen. Meer vetmassa. Meer vrouwelijkheid.
Dat klonk logisch – bij mijn zwangerschap werkte het tenslotte ook. Maar het was niet makkelijk. Want slank en gespierd voelde voor mij als ‘goed bezig zijn’. Toch wist ik: sterk en vrouwelijk is krachtiger. Ik liet de controle los. Liet mijn activity tracker vaker liggen. At meer volwaardige voeding in plaats van light producten. Genoot vaker. En ja, ik kwam een paar kilo aan. Soms moeilijk. Mijn man zag het verschil niet eens. Ik wel. Die spiegel is soms hard. Ik zag precies waar die kilo’s erbij kwamen. Voor mijn omgeving is het vast niet eens zichtbaar. Maar ik leerde: je mag doelen hebben, zolang het niet ten koste gaat van jezelf.
Het draait om gevoel: voel ik me sterk? Heb ik energie? Geniet ik van eten? Beweeg ik genoeg? Voel ik me vrij?
Voor mijn dochters. Voor mezelf. Voor jou.
Ik lig in scheiding met mijn activity tracker. We zien elkaar nog af en toe, maar ik bepaal de regels. Ik voel veel meer. Luister beter. Vertrouw op mijn ervaring. En dat is zó bevrijdend.
Mijn leefstijlverandering is geen eindbestemming, maar een reis. Een reis waarin ik steeds beter leer wat mijn lichaam nodig heeft. En waarin ik mezelf, mijn dochters en hopelijk ook andere vrouwen (en mannen) mag inspireren om los te laten wat móét, en te kiezen voor wat goed voelt.
Ik eet nog steeds veel. Maar gevarieerd. Niet meer volgens cijfertjes, maar volgens gevoel. En dat maakt me – eindelijk – sterk op mijn manier.






Mooi en inspirerend! Fijn dat je dit deelt!